Federaal Regeerakkoord 2020-2024 – what’s in it for us?

Federaal Regeerakkoord 2020-2024 – what’s in it for us?

494 dagen na de verkiezingen werd een akkoord gevonden onder 7 partijen (socialisten, liberalen, groenen en Vlaamse christen-democraten), die samen 88 zetels in het federale parlement hebben. De oppositie telt 62 leden (N-VA, Vlaams Belang, PVDA-ptb, CDh en Défi).

We screenden het akkoord minutieus op elementen die belangrijk zijn voor onze sector. Denuo is voorzichtig positief met het federale regeerakkoord. Vooral de aanknopingspunten voor recycled content en eco-design, en de aandacht voor overheidsopdrachten als catalysator hiervan zijn punten die we nauwgezet zullen opvolgen.

“Het groenste regeerakkoord ooit” – premier De Croo, 2 oktober 2020

Het regeerakkoord bestaat uit zes hoofdstukken, waarvan één handelt over “Een duurzaam land”. Zo wil de regering sterk inzetten op klimaat en leefmilieu en de transitie naar een koolstofarme economie versnellen. “België schrijft zich volledig in in de klimaatambities van Parijs en in de Europese Green Deal. Het is de ambitie om tegen 2030 de broeikasgasuitstoot met 55% te verminderen en tegen 2050 ons land klimaatneutraal te maken. […] de omslag naar een duurzame economie betekent ook meer jobs en nieuwe groeikansen. Van alle Europese landen is België het meest gebaat bij een ambitieuze klimaataanpak. […] Economie en economie staan niet tegenover elkaar. Ze moeten elkaar versterken.” De regering wil ook “grote investeringen doen die talrijke spin-offs genereren en een gunstig effect zullen hebben op duurzame ontwikkeling.” Daartoe neemt ze ook “maatregelen die de korte keten ondersteunen, het gebruik van duurzame materialen in de bouw stimuleren en de meest vervuilende economische activiteiten ontmoedigen.” (pp. 3-4) Het is daarbij belangrijk “om bepaalde essentiële activiteiten opnieuw lokaal te organiseren.” (p. 24)

Denuo hoopt een rol te kunnen spelen als sectorfederatie want: “De klimaatverandering vormt niet enkel één van de belangrijkste uitdagingen van vandaag, ze biedt ook de kans om het federale beleid op een nieuwe context af te stemmen en om nieuwe allianties tussen de overheid, de burger en de privésector op te bouwen.” (p. 47)

Wat betekent dit concreet?

  • “Het nieuwe belastingstelsel zal ook moeten bijdragen aan de verwezenlijking van de klimaat- en milieudoelstellingen die in het regeerakkoord zijn vastgelegd;” (p. 43)
  • Investeringen in “de ontwikkeling van het gebruik van accu’s en batterijen” (p. 26)
  • “Alle nieuw bedrijfswagens moeten tegen 2026 broeikasgasvrij zijn” (p. 51)
  • “De regering zal een kader uitwerken waarbij ook werknemers die geen aanspraak maken op een bedrijfswagen een mobiliteitsbudget toegekend kunnen krijgen door hun werkgever. Op die manier worden duurzame mobiliteitsalternatieven (openbaar vervoer, fietsen, broeikasgasneutrale auto’s, enz.) evenals het dicht bij het werk (gaan) wonen gestimuleerd.” (p. 51)
  • “Het voor herziening vatbaar verklaarde artikel 7bis over duurzame ontwikkeling wordt deze beleidsperiode gemoderniseerd et aandacht voor de rechtvaardige transitie naar een klimaatneutrale samenleving, de circulaire economie en de stopzetting van het verlies aan biodiversiteit;” (p. 69)
  • Inzetten op een circulaire economie (p. 53): “Om de klimaatverandering tegen te gaan, is het nodig naar een slimmer, efficiënter en duurzamer gebruik van materialen en grondstoffen te evolueren. Samen met de deelstaten en het bedrijfsleven streven we zo naar een volledig circulaire economie. De regering zal in afstemming met de deelstaten een federaal actieplan circulaire economie uitwerken om het grondstoffengebruik en de materialenvoetafdruk in productie en consumptie sterk te verminderen. Er wordt ingezet op:
    • Wegwerken wetgevende en financiële barrières.
    • Productnormering.
    • Stimuleren van het principe van ‘cradle to cradle’.

De verlenging van de levensduur van producten is een belangrijke uitdaging in het kader van duurzame ontwikkeling. Geplande veroudering moet worden bestraft als een oneerlijke handelspraktijk. België zal actief deelnemen aan de totstandkoming en uitvoering van Europese maatregelen, o.a. in het kader van de Green Deal. We stimuleren hergebruik en herstel binnen de circulaire economie. De regering zorgt voor een tijdige omzetting en handhaving van de Ecodesignrichtlijn en de richtlijn over garantieregels. België zal eveneens actief deelnemen aan de debatten over het “productpaspoort” op Europees niveau. Doel is dat producten van bij de oorsprong duurzaam en correct gemaakt worden. Er worden ook maatregelen genomen opdat de eindverkoper (detailhandelaar) een daadwerkelijk en doeltreffend verhaalrecht zou krijgen ten aanzien van de producent bij de toepassing van de wettelijke garantieregeling. De federale overheid geeft het goede voorbeeld en neemt de principes van een circulaire economie mee in haar openbare aanbestedingen.”

Denuo is blij met dit hoofdstuk. Het laat toe twee van onze belangrijkste eisen op tafel te leggen: ecodesign en minimumnormen recycled content.

Bijzondere aandacht gaat ook naar kunststoffen:

“De regering voert samen met de gewesten strijd tegen de plasticsoep en andere vormen van marien zwerfvuil op met projecten om de afvalstromen beter te beheersen. Via haar Plastics-strategie is de Europese Commissie actief bezig met de uitwerking van regelgeving rondplastics, inclusief microplastics. De regering zal de richtlijnen op ambitieuze wijze omzetten. Echter gezien het belang van de interne markt inzake deze materie, onderschrijft de federale regering de regelgeving hiervan op Europees niveau zodoende onder meer een gelijk speelveld met andere lidstaten te waarborgen. De impact van het verbod op bepaalde plastics op bepaalde groepen zal onderzocht worden. De regering zal er op Europees niveau voor pleiten om de normen te harmoniseren. Daar waar mogelijk zetten we in op kunststoffen die gemaakt worden van bio-componenten, liefst biodegradeerbaar en bio-afbreekbaar. We ondersteunen de zoektocht naar innovatieve oplossingen op basis van ecodesign. We onderzoeken de mogelijkheden op het vlak van afvalpreventie voor de elektronische handel en de buitenhuisconsumptie. In overleg met de deelstaten en de betrokken sector wordt onderzocht of het incorporeren van een statiegeldregeling in de verpakkingsheffing wenselijk is.” (p. 54)

Gezien voor de statiegeldregeling verwezen wordt naar de deelstaten en die over verschillende bepalingen in hun respectieve regeerakkoorden beschikken, lijkt de kans op slagen hier beperkt.

Een interfederaal relance- en transitieplan

De federale regering wil investeren om de economie uit het slop te halen. Ze stelt ook dat de geplande “publieke investeringen essentieel zijn voor het bereiken van de Europese doelstellingen in het kader van de Green Deal en voor de omslag van een lineaire naar een circulaire economie.” (p. 25) “In het kader van de relance zal de overheid in hoge mate afhankelijk zijn van overheidsopdrachten. Deze moeten worden verbeterd, om ze voorbeeldig te maken (met name wat betreft hun sociale en milieuaspecten) […] De wet op de overheidsopdrachten zal in deze geest worden geëvalueerd en aangepast.” (p 26-27) “Overheidsopdrachten worden zo toegankelijk mogelijk gemaakt voor kmo’s, o.a. door de opnamen van ethische, sociale en milieuclausules.” (p. 34) Denuo hoopt hier een hefboom te vinden voor bv. minimumnormen inzake gebruik van recycled content.

“In 2020 en 2021 is het cruciaal dat de solvabiliteit en liquiditeit van de bedrijven verder wordt versterkt. Zo zullen ze de mogelijkheid hebben om voor de belastbare tijdperken die verbonden zijn aan de aanslagjaren 2022, 2023 en 2024 een deel van hun winst vrij te stellen door deze winst te boeken op een vrijgestelde wederopbouwreserve, waarbij de voorwaarden van huidig ingediende wet worden geïntegreerd. De Wederopbouwreserve heeft als doel de door de Corona-crisis aangetaste solvabiliteit van onze ondernemingen te versterken. De maatregel laat aan vennootschappen toe om gedurende drie belastbare tijdperken een "wederopbouwreserve" aan te leggen op het einde van het boekjaar met betrekking tot de aanslagjaren 2022, 2023 of 2024.

Deze wederopbouwreserve laat zo toe om toekomstige winsten fiscaal voordelig in de vennootschap te houden, op voorwaarde dat het eigen vermogen en het tewerkstellingspeil worden behouden. Deze maatregel kent dus een belangrijk stimulerend effect op het herstel van de solvabiliteit omdat ze vennootschappen toelaat zo snel als mogelijk terug over een gelijkwaardig eigen vermogen te beschikken zoals dat het geval was voor het COVID-19 tijdperk. Belangrijke voorwaarden zijn:

  • Een tewerkstellingsvoorwaarde: er is een directe link met het personeelsbestand en dus de tewerkstelling, waardoor de maatregel onrechtstreeks ook de tewerkstelling stimuleert en minstensop peil houdt. Zo zal, indien de loonmassa van het bedrijf teveel zou dalen, er proportioneel geknibbeld worden aan het verleende fiscale voordeel.
  • Vennootschappen die rechtstreekse deelnemingen aanhouden in belastingparadijzen of die betalingen verrichten die niet economisch of financieel verantwoord kunnen worden, worden uitgesloten.
  • De wederopbouwreserve is belastbaar op het moment dat er een kapitaalsvermindering, dividenduitkering of liquidatie gebeurt. Op die manier voorziet de maatregel in een evenwicht tussen fiscale steun enerzijds en rechtvaardigheid anderzijds.” (pp. 23-24)

“Met het oog op het stimuleren van productieve investeringen zal de verhoogde investeringsaftrek worden verlengd met twee jaren. De huidige investeringscriteria worden geëvalueerd en desgevallend bijgestuurd. De Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij zal in het kader van een gedelegeerde opdracht het initiatief nemen om een transformatiefonds op te richten.” Hierbij hoopt Denuo een rol te kunnen spelen, want “De regering sluit conventies af met de betrokken sectorfederaties om de komende bestuursperiode prioritair in te zetten op de strategische focus van het pact.” Denuo zal aanknopingspunten zoeken om zoveel mogelijk activiteiten van onze leden te koppelen aan beschikbare middelen van het transformatiefonds.  (p. 27)

De regering wil ook een bijkomende strategie ontwikkelen “om de productiviteit op lange termijn te verbeteren. […] De eerlijke concurrentie tussen ondernemingen zal worden bevorderd;” en “Een energienorm zal worden ingevoerd voor ondernemingen en consumenten.” “Een orgaan, opgemaakt uit experten uit de academische wereld, uit het overheidsbeleid en uit de ondernemerswereld (die zowel de werknemers als de werkgevers vertegenwoordigen), gebaseerd in België of elders, is belast met het spijzen en evalueren van het relance- en transitieplan”. (p. 28)

Fiscaliteit & begroting

“Er worden geen nieuwe belastingen ingevoerd behalve in het kader van budgettaire discussies waarbij de afgesproken evenwichten gerespecteerd worden (inkomsten, uitgaven & diversen) en met respect voor mensen die werken, ondernemen en sparen. […] De overheid zal streven naar een eerlijke bijdrage van die personen die de grootste draagkracht hebben om bij te dragen, met respect voor het ondernemerschap.” (p. 43) De regering voorziet de begroting op orde te krijgen door te werken met de traditionele methode: 1/3 besparingen, 1/3 nieuwe inkomsten en 1/3 zogenaamde ‘diversen’. In 2021 en 2022, wanneer de naschokken van de COVID19-crisis de grootste zullen zijn, worden voor 1 miljard euro tijdelijke maatregelen voorzien. Daarnaast trekt de regering 3,223 miljard euro aan structurele maatregelen uit, waarvan minstens 1 miljard euro publieke investeringen. (p. 46)

Wijzigingen werknemers & werkgevers

Het regeerakkoord wil de grote verschillen in stelsels van sociale zekerheid aanpakken. “De statuten van werknemer, zelfstandige en ambtenaar moeten naar elkaar toegroeien, met respect voor verworven rechten. De regering zal hiertoe tegen einde 2021 een voorstel formuleren.” (p. 15) “Wat de tweede pensioenpijler betreft, blijft het een bedoeling om deze verder te veralgemenen. […] Tegelijkertijd worden de sociale partners uitgenodigd om te bekijken hoe elke werknemer zo snel als mogelijk gedekt kan worden door een aanvullend pensioenplan dat een bijdrage van minstens 3% van het brutoloon omvat.” (p. 17) Daarnaast vraagt de regering “aan de (sectorale) sociale partners om op deze basis een debat over het verloningspakket op te starten.” Het gaat dan over het eventueel loskoppelen van het verband tussen loon en anciënniteit. (p. 31)

Er wordt “aandacht besteed aan het welzijn op het werk in de cruciale sectoren en de essentiële diensten. De werkomstandigheden in deze sectoren en diensten zullen geëvalueerd worden door de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk.” (p. 29) Het is onduidelijk of onze sector hieronder valt, maar een voluntaristische interpretatie van de lijst essentiële sectoren bij het begin van de COVID19-crisis zou hierop een bevestigend antwoord geven.

Het regeerakkoord voorziet ook de invoering van “een individuele opleidingsrekening” waarbij het de bedoeling is “er op interprofessioneel niveau voor te zorgen dat elke VTE gemiddeld recht heeft op vijf opleidingsdagen (of het aantal uren dat daarmee overeenstemt) per jaar. De ambitie is om voor het einde van de legislatuur voor elke werknemer tot een individueel recht op opleiding te komen. Bedrijven met minder dan 10 werknemers en bedrijven met minder dan 20 werknemers blijven mutatis mutandis onder de systemen van uitzonderingen of afwijkingen vallen.” (p. 30)

“De coronacrisis heeft tijdelijk tot een massaal gebruik van thuiswerk geleid, waardoor de arbeidstijd in veel gevallen ook volledig anders werd georganiseerd. Bij werkgevers en werknemers leeft een sterke vraag om deze manier van werken verder te kunnen zetten. Dit moet werknemers ook in staat stellen werk en privéleven beter te combineren. In dat opzicht zal de regering in samenwerking met de sociale partners een interprofessioneel kader uitwerken dat toelaat meer flexibiliteit af te spreken terwijl de bescherming van de werknemers wordt gewaarborgd. […]

De regering stelt, in overleg met de sociale partners, de voorwaarden vast waarbinnen afwijkingen op de standaard arbeidsduur en arbeidstijd kunnen worden ingevoerd voor ondernemingen met een syndicale delegatie of sociale verkiezingen organiseren en dit met respect voor de wetgeving betreffende arbeidstijd.” (p. 32)

Efficiëntere overheid

“De afbouw van de administratieve lasten voor de burger en de ondernemingen, o.a. door de digitaledienstverlening te verbeteren, het ontsluiten en het verder ontwikkelen van e-governmenttoepassingen, met respect voor de “only once”- en “think small first”-principes, en het implementeren van snellere vergunningsprocedures en smart contracts met respect voor de wetgeving inzake overheidsopdrachten. Binnen de eerste zes maanden leggen de colleges van voorzitters een plan neer voor een substantiële verlaging van administratieve lasten en een reductie van slapende regelgeving voor burgers en ondernemingen […] Voor de overheden worden maatregelen getroffen zodat er steeds tijdig betaald wordt.” (pp. 18-19) “Er zullen maatregelen worden genomen om betalingsachterstand tegen te gaan. In dit kader zal de recente wetsaanpassing met betrekking tot de wettelijke betalingstermijnen worden geëvalueerd en, indien nodig, de termijnen aangescherpt.” (p. 34)

De nieuwe regering wil ook sterk inzetten op digitalisering. Zo stelt ze “het “digital by Default”-principe voorop, dat bepaalt dat alle procedures standaard digitaal toegankelijk moeten zijn” en wordt er in samenwerking met de deelstaten “een Uniek Contact Center opgericht dat in eerste lijn burgers en ondernemingen ondersteunt ongeacht de opdeling in bestuursniveaus en instanties;”. (p. 20)

Daarnaast wil de nieuwe regering cash afbouwen. “De consument moet steeds de mogelijkheid krijgen om cashloos te betalen.” (p. 28)

Het regeerakkoord wil snellere procedures en minder administratieve last: “Het is een doelstelling om elke bijkomende administratieve last et administratieve vereenvoudiging te compenseren. […] Er komt tegen midden 2021 een nieuw Kafka-plan met een ambitieuze vereenvoudiging voor burgers, bedrijven en het middenveld. We houden ten volle rekening met de Europese Verordening Single Digital Gateway waarbij een online centraal punt wordt ingesteld van waaruit Europese burgers en bedrijven alle relevante informatie, procedures en diensten kunnen vinden die zij nodig hebben om van de EU interne markt gebruik te maken. Dezelfde mogelijkheden zullen uiteraard ook ter beschikking gesteld worden van alle Belgische burgers en bedrijven. […] De lastenverlagingen voor tewerkstelling van bepaalde werknemers zullen automatisch toegekend worden, met zo min mogelijk administratieve verplichtingen voor de werkgever. In de bouwsector maken we werk van een elektronische werfmap.” (p. 35)

Daarnaast wil de regering “de Daarnaast wil de regering “de kostprijs van exportdocumenten en legalisaties van handelsdocumenten” verlagen en wil het vrouwelijk ondernemerschap blijven aanmoedigen (p. 36), wat aansluit bij Denuo’s project Women in Recycling.

FacebookTwitterLinkedin

Reactie toevoegen

Bijlage
Een onbeperkt aantal bestanden kan naar dit veld worden geupload.
300 MB limiet.
Toegestane types: txt pdf doc docx xls xlsx ppt pptx ods odt png jpg jpeg gif zip.